Akkoord en onderwijs

Het regeerakkoord van het beoogde kabinet-Rutte-Verhagen heeft ook gevolgen voor studenten en medewerkers van de HvA. Een paar voorstellen op een rijtje.

Door Carlijn van Donselaar en Jeff Pinkster

Pabo
Op de pabo moet een onderscheid komen in specifieke bekwaamheden voor lesgeven aan het jongere of oudere kind.
Een specificering van de pabo past in de ontwikkeling waarin steeds hogere eisen aan leerkrachten worden gesteld, vindt Lies Timmering, docent en onderzoeker bij het domein Onderwijs & Opvoeding. ‘Vanuit het beroepsveld is duidelijk behoefte aan meer verdieping bij leraren. Dat zie je ook aan de komst van de Universitaire Pabo van Amsterdam (UPvA), waar studenten worden opgeleid tot leraren die analytisch sterker zijn.’ Timmering vindt het ‘op zich waardevol’ dat studenten straks een bewuste keuze moeten maken. Maar: ‘In plaats van de bestaande opleiding te vermageren, zie ik liever een extra verdiepingsjaar waarin de keuze wordt vormgegeven. Studenten minder breed opleiden lijkt me niet verstandig. De realiteit is toch dat er een lerarentekort is, waardoor ze uiteindelijk overal waar nodig worden ingezet. Bovendien vind ik dat ook een leraar die alleen met kleuters te maken heeft het rekenniveau van een kind uit groep acht moet hebben.’
Bij de keuze voor een afstudeerrichting vindt in feite al een differentiatie in onder- en bovenbouw plaats. Maar hiermee sluiten de studenten niets uit voor de toekomst: met het pabodiploma kunnen ze lesgeven in het hele basisonderwijs. Eerstejaars UPvA Christian Jelders (20) is blij dat hij alle opties open kan houden. ‘Ik kan me goed voorstellen dat ik er na een paar jaar voor de klas achter kom dat ik toch liever lesgeef aan oudere of jongere kinderen. Als studenten straks moeten kiezen voor de onder- of bovenbouw vind ik dat de opleiding verkort moet worden. Vier jaar studeren om maar een deel te leren van wat pabostudenten nu leren, lijkt me absurd.’

Numerus fixus
De numerus fixus, een grens aan het aantal studenten dat tot een opleiding wordt toegelaten, zal binnen vijf jaar worden afgeschaft.
Binnen de HvA geldt de numerus fixus nu bij een paar opleidingen, zoals toegepaste psychologie en fysiotherapie. Een afschaffing van de regel lijkt Willem Baumfalk, domeinvoorzitter Maatschappij & Recht, geen goed plan. ‘Het is in een aantal gevallen maar de vraag of er wel genoeg werk is voor een grotere groep afgestudeerden. Bij een jonge opleiding als toegepaste psychologie merken we dat het even duurt voordat de vraag naar afgestudeerden op gang komt. De fixus is ook een manier om hierop in te spelen. Het lijkt me niet goed als de arbeidsmarkt straks wordt overspoeld met mensen waar geen behoefte aan is.’
Minstens zo belangrijk lijkt de vraag of de HvA een grotere toestroom van studenten wel aankan, zonder dat dit gevolgen heeft voor de kwaliteit van het onderwijs. Collegevoorzitter Karel van der Toorn sloot onlangs niet uit dat juist meer opleidingen om deze reden een beperkt aantal eerstejaars gaan toelaten. Toch maakt hij zich geen zorgen om het voornemen van het nieuwe kabinet. ‘Ik heb inmiddels de toezegging uit Den Haag gekregen dat de afschaffing alleen voor geneeskunde gaat gelden. In het akkoord wordt niet duidelijk gemaakt dat het om zo’n specifieke maatregel gaat, waardoor veel misverstanden zijn ontstaan.’ Mocht de HvA toch geconfronteerd worden met een afschaffing, dan zijn de gevolgen volgens Van der Toorn wel te overzien. ‘De numerus fixus wordt maar bij een paar opleidingen gebruikt. Daar zouden we dan moeten zoeken naar andere manieren om de groei te beheersen.’

Prestatiebeloning
Binnen het onderwijs komt meer ruimte voor prestatiebeloning, zowel van personen als van teams.
De salarissen van onderwijzers en medewerkers worden weliswaar bevroren, uitmuntende prestaties mogen van de regering juist meer beloond worden. Malcolm Biezeveld, docent sociaal pedagogische hulpverlening, juicht het plan toe. En dat heeft niets te maken met het feit dat hij vorig jaar genomineerd werd voor de Docent van het Jaar-verkiezing. Biezeveld: ‘Natuurlijk doe ik ook zonder extra beloning mijn werk zo goed mogelijk. Maar ik maak wel eens, zij het grappend, de vergelijking met een communistisch regime waarin het niet uitmaakt hoe goed je je werk doet. Het is goed dat docenten straks wel gestimuleerd worden iets extra’s te doen.’
Willem Brouwer, docent informatica en lid van de Centrale Medezeggenschapsraad, is minder positief. ‘Het is raar dat hogescholen op deze manier gedwongen worden meer geld uit te geven, terwijl het budget relatief minder wordt.’ Brouwer is vooral kritisch over de manier waarop invulling wordt gegeven aan het plan. ‘Een bonus voor teams lijkt me in elk geval een slecht idee. Dit zou betekenen dat je twee keer zo hard moet werken als je een oen in je team hebt.’
Overigens wordt binnen de HvA al gewerkt met een systeem van financiële beloningen, weet Brouwer. ‘Excellente docenten schijnen soms iets extra’s te krijgen. Ik heb alleen nog nooit mensen gesproken die dat is overkomen.’ Biezeveld blijkt een van de gelukkigen te zijn. ‘Ik heb wel eens een extra maandsalaris gekregen. Dat weten mijn collega’s niet, terwijl transparantie juist bij dit soort beloning belangrijk is. Iedereen moet kunnen zien wat de meerwaarde van een persoon voor het onderwijs is.’

Studiefinanciering
De studiebeurs wordt uitgekleed. De basisbeurs blijft bestaan in de bachelorfase, maar wordt in de masterfase omgezet in een sociaal leenstelsel.
‘Tegen de context van de verkiezingen valt het mij nog mee,’ zegt Alfred Peerboom, als decaan verbonden aan het domein Onderwijs & Opvoeding. ‘Zowel rechts als links waren van plan de studiefinanciering af te schaffen. Ik vrees dat het in de toekomst alsnog een leenstelsel wordt, hoe spijtig ik dat ook vind. Dan zal een substantieel deel niet meer aan een studie beginnen.’
De decaan meent dat nu vooral studenten op universiteiten worden geraakt. ‘Daar is een bachelor minder waard dan op het hbo.’ Tegen die achtergrond is het onduidelijk of er in de toekomst minder hbo-studenten aan een master zullen starten. ‘Voor ons domein kan het gevolgen hebben. Verdeeld over zeven masters volgen momenteel 350 studenten een opleiding tot eerstegraads leraar. Mijn ervaring is toch dat geld een drempel opwerpt.’
Daar is de economische malaise volgens Peerboom een voorbeeld van. De afgelopen twee jaar zag hij het aantal studenten met betalingsproblemen fors toenemen. ‘Zowel bij mij als mijn collega-decanen.’ Gina Plat (21) van het Comité SOS, een studentenafvaardiging die protesteert tegen de onderwijsplannen in het regeerakkoord, is daarom verbolgen over de plannen. ‘Sinds de jaren tachtig worden studenten beetje bij beetje harder aangepakt. Als samenleving moet je juist stimuleren dat studenten doorleren, je moet opkomen voor de armen.’
Bestuursvoorzitter Karel van der Toorn bekijkt het vanuit een ander standpunt. Hij zou het in elk geval toejuichen als meer studenten door de gewijzigde financiering voor het hbo kiezen. ‘Veel vwo’ers kiezen nu nog automatisch voor de universiteit, ook als een hbo opleiding beter aansluit bij hun wensen.’

Leven lang leren
Nederland moet toetreden tot het lijstje van de top vijf van kenniseconomieën. Daarvoor moeten we een leven lang leren.
De doelstelling is eenvoudig: stimuleer dat elk mens zijn hele leven blijft leren. Volgens Gina Plat van Comité SOS, een studentenafvaardiging die protesteert tegen de onderwijsplannen in het regeerakkoord, is het nog maar de vraag of de overheid dat stimuleert. ‘Vooral in het hbo zijn er veel studenten die in deeltijd studeren. Bedrijven stimuleren dat, maar ik vraag me af of ze dat blijven doen nu een tweede studie duurder is geworden en een master meer geld gaan kosten.’
Ook de HvA heeft daar onderwijs op ingericht op een leven lang leren. Werknemers met veel praktijkervaring kunnen een verkorte opleiding volgen, via een zogenaamde evc-procedure: het erkennen van (in de praktijk) verworven competenties. ‘Het belangrijkste over levenlang leren staat in de zin dat het rapport van de commissie Toekomstbestendigheid hoger onderwijs wordt uitgevoerd,’ zegt Lucie te Lintelo van het EVC-centrum van de HvA. ‘De commissie-Veerman benadrukt het belang van blijven leren, ook voor werkenden van 30-plus.’
Wat Te Lintelo betreft is dat veelbelovend. ‘Internationaal heeft Nederland een achterstand op dit gebied. In het rapport wordt gepleit voor alles wat wij vanuit een leven lang leren belangrijk vinden: flexibele leerroutes, mogelijkheden voor stapelen, invoering van social degrees zodat een opleiding in twee jaar kan worden afgerond en een gedifferentieerd aanbod aan professional masters. Goed nieuws dus.’
Toch houdt Te Lintelo een slag om de arm. ‘Ik ben benieuwd of het rapport van de commissie-Veerman integraal wordt uitgevoerd en in welk tempo. In het regeerakkoord wordt nergens gesproken over een aanpassing van de bekostiging. Het systeem is nog steeds gebaseerd op vier jaar studeren. Dat levert voor ons problemen op, zodra er bij ons iemand binnenkomt die al gestudeerd heeft betekent dat minder geld, voor ons een probleem.’

Open deuren
Afgezien van een aantal concrete plannen bevat de onderwijsparagraaf van het regeerakkoord ook de nodige wollige voornemens en open deuren.
Zo is er opnieuw de ambitie Nederland in de top vijf van kenniseconomieën te krijgen, is ‘presteren niet langer een vies woord’ en moet ‘de kerntaak van het geven van goed onderwijs’ centraal komen te staan. What’s new?
Binnen de HvA betekenen niet alle plannen een verandering. Sterker: de voorgestelde samenwerking tussen hbo en bedrijfsleven zal velen bekend in de oren klinken. Zo ook Martin Haring, coördinator van het Amsterdam Center for Entrepreneurship (ACE). ‘Bij het lezen van de voorstellen dacht ik niet bepaald: goh, dit is nieuw. Er wordt niet afgeweken van de koers die – in elk geval binnen de HvA – al jaren geleden werd ingezet. Zo is er een voorstel om ondernemerschap waar mogelijk aandacht te geven in het onderwijs. Dit hebben wij binnen alle domeinen al uitstekend vormgegeven.’
Natuurlijk is Haring wel blij met de voornemens van het kabinet Rutte-Verhagen op dit gebied. ‘Het ministerie van Economische Zaken heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de rol van ondernemerschap binnen het onderwijs en samenwerking tussen bedrijven en hogescholen. Ook ACE heeft hier veel geld voor gekregen. Het zou zonde zijn als we straks de stekker er weer uit moeten trekken.’
Of ACE de komende jaren meer subsidie krijgt, valt volgens Haring nog te bezien. ‘Ik verwacht geen groots effect.’

Verschenen in Havana (pdf), oktober 2010