Twee dagen vormde Amsterdam het decor voor het Nederlands Kampioenschap baton twirling. De sport kampt met een imagoprobleem, maar het tij lijkt te keren.
Het zijn de blunders die vaak de televisie halen. Dansende meisjes in glimmende pakjes, die stokjes opgooien; maar niet opvangen. “Twintig negatieve seconden en dat is het dan,” zegt Janny Wilkes van de National Baton Twirling Association (NBTA) in de Sporthallen Zuid. “Men heeft nog het beeld van de majorettes die vroeger voor het muziekcorps uitliepen. Maar twirling is veel meer, een echte sport, een afgeleide van het majorette.”
Ondanks het imago is de sport bezig aan een gestage opmars. Dit weekend resulteerde dat in maar liefst zeshonderd deelnemers en minstens zoveel bezoekers op het Nederlands Kampioenschap in de Sporthallen Zuid. Twee dagen werd er in verschillende klassen gestreden om de felbegeerde titel. De absolute top vocht daarnaast om een ticket voor het Europees Kampioenschap.
“Vijf, zes, zeven, acht,” telt een vader van één van de jongere deelneemstertjes terwijl hij haar wijst op een juiste lichaamshouding. De meisjes bereiden zich in een afgescheiden gedeelte van de sportzaal voor op het optreden. Dicht op elkaar wordt gerekt en gestrekt, tientallen batons vliegen door de lucht. Seline Kok (9) heeft zojuist haar tweede aangeschaft. “Ze doet al vanaf haar vierde aan twirling. Het gaat goed en nu wil ze door met twee batons,” aldus moeder Seline Kok.
“De jongste deelnemers zijn vijf jaar oud, de oudste in de twintig,” vertelt Wilkes later in de grote sporthal. “Alle kwaliteitsklassen komen hier bij elkaar, van runner-up, via intermediate tot kampioensklasse. Daarbinnen wordt weer individueel, in duo’s of in teamverband opgetreden.” Om mee te doen aan het NK moet een seizoen van februari tot november worden doorlopen. Wilkes: “En dan volgt nog een selectiewedstrijd, dit keer vielen daar tweehonderd deelnemers af.”
Tussen de overwegend vrouwelijke deelneemsters, is Timo Muller (18) een opvallende verschijning. “Timo behoort tot de absolute top,” vertelt coach Marcel Neves even later. Sinds 2001 is hij ongeslagen op het onderdeel solo. “Ik ben er bij toeval in beland,” zegt Muller lachend. “Via mijn zus. Ik ging weleens mee naar trainingen en klooide altijd met die stok.” Inmiddels wil hij er zijn beroep van maken. “Daarom volg ik inmiddels de opleiding jazz en musical aan de Amsterdamse hogeschool voor de kunsten.”
Het NK wordt dit jaar voor het eerst in Amsterdam georganiseerd. “Vanwege de kosten zijn we uit Rotterdam vertrokken,” vertelt Wilkes. De NBTA krijgt geen subsidie vanuit de overheid en draait volledig op vrijwilligers. “We vallen een beetje tussen wal en schip. We moeten op de kosten letten, professionaliseren is moeilijk. Om, bijvoorbeeld, een wijziging in de reglementen door te voeren moet er eindeloos overlegd worden, dat belemmert de sport wel eens.”
Het is de laatste dag van het NK. Muller heeft vandaag een duo-optreden met zus Bibi (20) en een solo-optreden. Al snel bewijzen ze dat de sport alles behalve suf is. “Toch durf ik pas sinds kort te zeggen dat ik het cool vind om aan twirling te doen,” geeft hij toe. “Ik moest me altijd verweren. Tv-programma’s als Holland’s Got Talent en So you think you can dance maakten het ineens cool.’ Coach Neves beaamt dat. “Sinds die programma’s zijn er ook bij mij steeds meer jongens gaan dansen.”
Na het eerste optreden heeft Muller al een goed gevoel. De uitslag volgt later. Tweede met zijn zus, op het onderdeel solo blijft Timo ongeslagen. Coach Neves: “Maar is hij is dan ook de enige die een spin triple illusion kan uitvoeren.”
Het Parool, 18 januari 2010
