Eindelijk de dagboekbrieven van Anne Frank gelezen: weergaloos. Ik moest onmiddelijk denken aan Pieter Kohnstam, het voormalige buurjongetje van Anne Frank aan het Merwedeplein. Vorig jaar interviewde ik hem over zijn herinneringen aan Anne Frank en de oorlog. Zijn ouders sloegen het aanbod van Otto Frank af om samen in het achterhuis onder te duiken.
Naar eigen zeggen was het zelfs de moeder van Kohnstam die Anne’s moeder adviseerde om haar dochter een dagboek cadeau te doen voor haar dertiende verjaardag. Het verhaal van Pieter Kohnstam is een geschiedenis op zichzelf, maar in het licht van het wereldberoemde dagboek maakt het Anne Franks´ levensverhaal ook weer wat completer. Hieronder het artikel dat ik in januari 2008 schreef in het kader van mijn studie.
Pieter Kohnstam was het oppaskind van Anne Frank. Ze groeiden op aan hetzelfde plein in Amsterdam-Zuid. De familie Frank dook onder, de familie Kohnstam vluchtte. Over zijn tijd in Amsterdam en de gevaarlijke reis die hij door Europa maakte schreef hij een boek. De Nederlandse vertaling ‘Vlucht naar de vrijheid’ werd maandag 21 januari gepresenteerd.
‘Ik heb hier nog een litteken van de keer dat Anne en ik van een step zijn gevallen omdat ze een te scherpe bocht maakte.’ Pieter Kohnstam (71) steekt zijn hoofd naar achteren en wijst op het dunne lijntje aan de onderkant van zijn kin. Hij is in Amsterdam om het boek te presenteren dat hij schreef over zijn ontsnapping tijdens de Tweede Wereldoorlog. Anne Frank was zijn buurmeisje aan het Merwedeplein in Amsterdam-Zuid. Tot hun wegen in 1942 scheidden. De familie Frank dook onder en de Kohnstams begonnen aan een gevaarlijke vlucht door Europa.
Hij twijfelt even, maar stapt dan zelfverzekerd zijn voormalig ouderlijk huis binnen. Het is veranderd: een strakke moderne woning, speelgoed, een spelcomputer, een Mondriaan stoeltje bij het raam. De herinneringen komen langzaam terug. ‘Hier stond de ronde eettafel, daar een sofa.’ Een laptop zoemt zachtjes op de plek waar Kohnstam’s vader ooit gewerkt moet hebben. Vanuit de woonkamer, die overloopt in de keuken, wijst hij naar het kleine tuintje. ‘Dat is de tuin waar Anne en ik speelden’, zegt hij tegen zijn vrouw, die eindelijk een beeld bij het verhaal heeft. Ze fotografeert driftig. Vanuit de tuin werpt Kohnstam een blik op een flat aan de overkant, de ‘Wolkenkrabber’, toentertijd het grootste gebouw van Amsterdam. Bij de overgang naar het steegje aan de achterkant van de tuin houdt hij halt. ‘Hier begon onze vlucht.’
Eerder die dag vertelde hij in een chique hotel aan de Herengracht uitgebreid zijn hele verhaal. ‘Mijn ouders moesten nazi-Duitsland in de jaren dertig ontvluchten vanwege hun Joodse achtergrond. In Amsterdam, waar ik geboren ben, kwamen we schuin onder de familie Frank te wonen. Mijn eerste zes levensjaren waren relatief fijn.’ Een meisje van het hotel klopt op de deur. Koffie. ‘Wil je het feestje ook bijwonen?’, vraagt hij met een ondeugende, maar charmante glimlach. ‘Wat is je naam mooie jonge dame? Nu niet gaan blozen.’ Kohnstam vervolgt zijn verhaal. ‘Anne was mijn oppas en speelkameraad. Mijn moeder raadde Anne’s moeder vlak voor haar dertiende verjaardag aan een dagboek te kopen voor Anne. Omdat ze altijd verhaaltjes en aantekeningen op stukjes papier schreef.’
Voor de deur van zijn voormalig ouderlijk huis wijst Kohnstam vrolijk naar de zandbak. ‘Daar speelden we altijd.’ Pieter Kohnstam was zes, Anne Frank dertien jaar oud toen beide families een drastische beslissing namen. ‘Het was een gespannen periode. Veel joden pleegden zelfmoord, mensen werden zomaar neergeschoten. De familie Frank stelde mijn ouders voor om samen onder te duiken, maar ze wilden het risico niet nemen met een jong kind. Ik zou wel eens lawaai kunnen maken.’ Wij vluchtten, zij doken onder. Kohnstam kijkt rond over het plein. ‘Op die hoek moet een winkel gezeten hebben. Die mensen waren aardig voor me.’ Ogenschijnlijk onaangedaan kijkt hij rond. Hij blijft vrolijk, joviaal en opgewekt.
Het boek dat Kohnstam schreef heeft lang op zich laten wachten. ‘Ik voelde de noodzaak aanvankelijk niet.’ Pas na zijn pensioen in 2002 begon hij aan het boek. Hij gebruikte de memoires van zijn ouders, die hij aanvulde met eigen herinneringen en historische feiten. Kohnstam had meer geluk dan Anne. Met zijn familie vluchtte hij via België, Frankrijk en Spanje naar Argentinië. De reis nam een jaar in beslag. Meerdere malen ontsnapten ze dankzij de ondergrondse ter nauwer nood aan de dood. Inmiddels woont Kohnstam al ruim veertig jaar in de Verenigde Staten.
De bewoonster van de benedenverdieping aan het Merwedeplein laat Kohnstam verschillende foto’s zien die zij in haar bezit heeft. Voordat hij weg gaat ziet hij tot zijn verbazing dat de badkamer in al die jaren nauwelijks is veranderd. Hij kijkt grondig rond, maar blijft zijn emoties de baas. Na het afscheid kletst het gezelschap flink. Kohnstam zondert zich even af met zijn vrouw. ‘Best wel indrukwekkend hè’, zegt hij zachtjes.
Pieter Kohnstam
Vlucht naar de Vrijheid
Uitgeverij Verbum
19,50 euro